Annemiek Schrijver

Maakt programma's met bezielde mensen, die zich verwonderen over het leven en op zoek zijn naar betekenis. Schrijver is niet alleen op televisie te zien, maar trekt ook het land in met Het Vermoeden on the road en LUX LIVE.

Hier kunt u haar weblog volgen.

Tussendoortje
Gepubliceerd op: 7-9-2010 22:47:26


Op een berg
Gepubliceerd op: 5-9-2010 20:14:19

Lage, late zon. Zo fijn dichtbij.
In de zomer komt die zonnige broeder me vaak zo vreemd afstandelijk voor. Tijdens de winter eigenlijk ook, maar dan juist vanwege zijn witte verre krachteloosheid.
Nu danst hij, blij dat het herfst wordt, door de bladeren en lacht het kerkraam binnen.
Lekker naar mij. Naar ons.
Dit beeldschone kerkje is vanwege de veengrond op een berg gebouwd.
Een eeuwenoud volksverhaal wil dat nonnen uit het klooster van Huizen als boetedoening zand van de Larense hei in hun schorten moesten vervoeren. Net zolang tot de berg opgeworpen was.
Het is stampvol in het kerkje, want we verwelkomen de nieuwe dominee en zijn lieve gezin.
Van heinde en ver zijn we gekomen. Ik tenminste wel. Vanochtend in Amsterdam mocht ik nog een geestelijke uit een bergachtige deelstaat van India aanhoren en in het gelaat zien.
En nu dan dit liefelijk stokoude kerkje met woorden van de nieuwe dominee. Met taal die de geestelijke van vanochtend helemaal niet vreemd zou voorkomen.
Aan het eind van de dienst worden we uitgenodigd elkaar nader te spreken in het gebouw hiernaast. Ik neem afscheid van mijn speelse zon die maar blijft flirten door het hoge kerkraam.
In de kerk blijven twee mannen achter. Ze zitten naast elkaar en zijn druk in gesprek.
Wat??
Peter en Henk

Ineens herken ik ze. Het zijn twee hoofdvakdocenten van het conservatorium waar ik 23 jaar geleden vandaan ben gevlogen. One day I’ll fly away, dat zongen we toen, want de lichte muziekafdeling aldaar was wereldwijd vermaard en dat nummer was toen een hit.
Wat een mooi weerzien.
En hoe merkwaardig: De beide mannen zien elkaar nu ook weer voor het eerst. Beiden hebben ze gesolliciteerd op de vacante functie van organist en cantor. En allebei lijken ze te worden aangenomen. Een gedeelde baan dus.
Over wegvliegen gesproken:
De een zoekt zijn muzikale en succevolle heil tegenwoordig in Suriname.
De ander heeft de notenwereld verlaten en is iets totaal anders gaan doen.
Maar de muziek trekt en roept weer.
Het orgel. Het kerkje.
Wat mooi, wij wegvliegers en terugkomers, zo onverwacht verbonden en bijgestraald door die lage zon hier op die berg in het veen.
Ik kijk de beide mannen in hun ogen en vlieg weer terug naar toen. Pffff.
Op de een werd ik in mijn afstudeerjaar verschrikkelijk verliefd. En de ander….verrek..die ander, die de muziek totaal verlaten heeft….die heeft mij voor de klas ooit een zin toegevoegd die de wake-up-call van mijn leven is geworden:
‘Goed, jij bent blijkbaar overal tegen. Maar waar ben je voor?’
Die zin sloeg toen in als een bom en heeft me behoed voor cynische journalistiek, ja heeft me zelfs op het spirituele pad gezet van toewijding en devotie.
Aha, dus daar blijk ik conservatorium voor te hebben gedaan. Voor het ontwikkelen van een levensmotto en voor passie.
Na die lessen zijn we alle richtingen uit gevlogen.
En nu zijn we zomaar onverwachts terug.
Gedrieën in de late zon. Bij onze eerste liefde.
Bij het orgel.


Wachtlokaal
Gepubliceerd op: 3-9-2010 9:48:34

200908182044-1_kaketoe-ontsnapt-uit-antwerpse-zoo-en-trekt-naar-centraal-station

‘Men houdt zich hier afzijdig van zijn buren.
Ik zie in de gezichten om mij heen
geen teken van verwantschap; in de ure
die allen wacht hebben wij niets gemeen’,

zo dichtte Jean Pierre Rawie al lang geleden zijn Nachtlokaal, over het leven zelf. De wachtkamer voor de dood. Vroeger las dit gedicht als een trein. Hedentendage is het juist de vraag geworden of we, nu we hier toch zijn, wellicht iets met elkaar te maken hebben.
Vandaag bevinden we ons in een voornaam wachtlokaal op het Centraal Station. De handigste en meest geaccepteerde plek om korte en zakelijke ontmoetingen achter elkaar te arrangeren. Gelukkig heb ik twee blijvende metgezellen: Elvis de kaketoe die zoals gewoonlijk op de bar zit, en een brutale muis die werkelijk overal op de voorname parketvloer opduikt. Dat is al lekker veel verwantschap, ja zelfs goed gezelschap.
De eerste afspraak is met de uitgever die een boek met schrijveretjes wel ziet zitten, maar dan wel graag met het onderwerp ‘mannen’ erin.
Zou de uitgever toch fictie willen? Lijkt me heerlijk om een nest mannen tevoorschijn te toveren in prachtig proza.
De volgende date is met een vriend, die innig tevreden terug kijkt op zijn rijke lange leven. In vele opzichten heeft hij genoten, geheimen ontfutseld, is hij grenzen gepasseerd en nu tot de genadige conclusie gekomen dat onze vermeende beren op de weg zo onschuldig en naakt zijn, ja zo weinig om het lijf hebben. Zijn vergleden passies kunnen nu in de boekenkast bij de afdeling jeugdliteratuur. Nu is er tijd voor wat er werkelijk toe doet.
Mijn volgende afspraak is met de man die met groten der aarde heeft gewerkt en daarom nu niet gauw meer van zijn stuk is. Nu kan hij zich richten op waar het echt op aan komt.
In de gezichten van mijn gezelschap zie ik veel verwantschap, maar mijn aandacht wordt ook afgeleid door muis en kaketoe.
De laatste tijd hoor ik beweren dat de mens op zijn vijftigste aflegt wat kinderlijk was. In de verte en in mijn ziel zie ik dat kroonjaar wenken, maar feitelijk duurt dat nog een paar jaar. Op die valreep hou ik van muis en kaketoe net zoveel als van mijn wijze vrienden. Allen in datzelfde wachtlokaal vergaderd. Wie wil er nog of weer ff keten? Nu we er toch zijn.


Verwijlen
Gepubliceerd op: 31-8-2010 11:47:17

Misschien is het wel helemaal niet zo. Verbeeld ik het me maar. Misschien hadden we vroeger ook nergens tijd en plek voor.
Toch herinner ik me zeeen van Blijven, van Niet verder gaan, van Pozen, Stilstaan, Toeven, Vertoeven en van Wijlen.
Vroeger las je gewoon Andertje, Afkes’ Tiental of de bijbel op je kamertje, ook al moest je huiswerk maken of klepperden er vriendinnetjes aan de deur.
Vijftien jaar later was dat eigenlijk nog steeds zo. Dan zat je gewoon de ganse zaterdag naar de Lieder eines fahrenden Gesellen van Mahler te luisteren in je boshuisje in Laren, terwijl je eigenlijk aupair was bij een chique familie en je je eindscriptie op het conservatorium moest inleveren. Momenten waar de tijd geen vat op had en ook nooit zal krijgen, zo weet ik inmiddels.
En nu?
Nu doen we net of dat stomme gemail en gesms over het heen en weer schuiven van afspraken het echte werk is, het wezenlijke van de dag en dat de rest onzin en zonde van de tijd is.
Maar haast en drukte maken ons niet sneller, alleen maar ongeduldiger en eenzamer.
En nu wil ik eigenlijk de bijbel lezen.
Wel om een hele foute reden, want ik moet natuurlijk in oktober wel de Nationale Bijbelquiz winnen. 
Daarom komt de gouden tip van een theologische vriend goed van pas.
Om je feitenkennis op te frissen, doet een kinder- of jeugdbijbel wonderen. Hier zit ik dan, met zo’n prachtexemplaar. En met een ouderwets schriftje en een pen met glittertjes volmaakt gelukkig te zijn.
En vanavond…vanavond word ik getrakteerd op de Lieder eines fahrenden Gesellen.
Verwijlen is weer helemaal in.
Verheugen trouwens ook. Verkneuteren zelfs.
De rest is onzin.


De volgende versnelling
Gepubliceerd op: 28-8-2010 23:57:19

Men kent dat wel. Beetje dom.
Blijven staren naar letters op papier, terwijl men niets meer waarneemt van dat alles.
De ogen blijven gedisciplineerd doorwandelen, terwijl de gedachten vrij zijn en dus vertrokken.
Als kind hadden we dat al.
Ik zit braaf te koekeloeren naar info op papier over talloze getalenteerde groepen die zondag de Uitmarkt in de kleine zaal van het Concertgebouw gaan verblijden met hun uitzinnige spel.
Die jongelui mag ik ffkes allemaal aankondigen.
Maar nu zie ik een van hun woorden als ‘operatoneel’ aan voor ‘operationeel’.
Scheelt maar een letter, maar duwt een gans andere kant op….Pfffff, dit schiet niet op zeg.
Best gek, de ingekeerde zomer moeten inruilen voor die extraverte Uitmarkt.
Mijn zomerse zachtheid wil nog maar niet aan de ketting en dat wordt nu echt heel erg lastig.
Op het pelgrimnetvlies, en in het fotoalbum van m’n foon, staat nog steeds die naakte Jezus in Brugge.
Bekend als ‘Christus op de koude steen’, wachtend op zijn kruisiging. Mysterieus lang, vaak en wereldwijd duikt dit beeld op, maar nergens in de evangeliën wordt het beschreven.

foto

Hij zit daar maar stillekens in de benedenkapel van de Sint-Basilius te wachten op…. zijn dood? Of op zijn redding? Waar is iedereen?
Wie kent hem niet? En wie heeft geen weet van die koude steen waarop hij zit? Wie heeft antwoord op zijn en onze vragen in de crypte van ons bestaan?
Voor hem heeft Charles Ives waarschijnlijk ooit ‘The Unanswered Question’ gemaakt.
Voor ons dus.
Ik ben zo benieuwd of er op de Uitmarkt lef en ruimte is voor zoiets zachts. Wie durft ons in die volgende versnelling te gooien? Zacht operationeel op het operatoneel.
Zou Zo Zalig Zijn.